Hoe ik venflons heb leren prikken

Na ruim een jaar co-schappen lopen kan ik eindelijk zeggen dat ik venflons kan prikken. Interne zou het co-schap moeten zijn waar je dit leert, maar voor mij gold dit niet. Ja, ik heb wel tijdens interne op de verkoever geleerd hoe je ongeveer infusen moet prikken, maar dit lukte me alleen in 50% van de gevallen. Tijdens heelkunde was ik dit verleerd en daalde dit percentage naar onder de 10%.
Geheel onverwacht heb ik tijdens mijn neuro co-schap geleerd hoe je precies een infuus moet prikken. Dit was tijdens de zogenoemde TIA-screening van 2 weken. Van TIA verdachte patiënten komen dan ‘s ochtends op de afdeling, gaan in de loop van de dag voor bloedprikken, ECG laten maken, echo van de halsvaten en als laatste CT (blanco, CT-perfusie en CT-angio). Tussen al deze gebeurtenissen in en wel vóór de CT moesten ze een venflon krijgen (een groene, de dikste). In het begin ging dit nog moeilijk (door weinig ervaring en tijdsdruk), maar op den duur begreep ik steeds beter hoe het moest en waarom het eerst niet lukte. Aan het eind kon ik redelijk goed infusen prikken.

Nu tijdens het co-schap gyn merk ik dat het steeds beter gaat, ondanks dat gynaecologie patiënten vaak moeilijk te prikken zijn: denk maar aan patiënten (met of zonder pre-eclampsie) die oedemateus zijn of aan een patiënte die weeën (à 2 min) heeft en je moet tussen de weeën door prikken.

Ik vond het daarom een goed idee om mijn werkwijze en tips mee te delen aan anderen die hierin geïnteresseerd zijn.

Benodigdheden
– venflon (vraag na welke kleur venflon je mag inbrengen; soms mag het alleen een groene zijn)
– stuwband
– onderlegger
– alcohol swab
– een plakkertje voor als je verkeerd prikt en de naald eruit moet halen
– tegaderm pleister
– 5cc of 10cc spuit met 0,9% NaCl, bevestigd aan een kraantje
– schone handen; reinig deze vooraf met alcohol

Wanneer je ook nog bloed moet afnemen uit de venflon:
– venapunctie naaldhouder (vacutainer)
– naaldloos "topje" voor de naaldhouder
– bloedbuisjes, aanvraagformulier etc.

Methode
Exploreer eerst globaal 1 arm. Leg de stuwband vlak boven de elleboog aan. Hoe lopen de venen? Wat is de dikte ervan? In hoeverre rollen ze? Als je geen goede vene kunt vinden, exploreer dan de andere arm of leg de stuwband lager aan.
Bepaal ongeveer waar je wilt prikken. Maak de stuwband los en leg een onderlegger onder de arm.
– Stuw selectief de gekozen prikplaats. Zet de stuwband 10-20 cm hierboven en trek het aan. Tast de vene af zoals in stap 1, maar nu grondiger: hoe loopt de vene precies? Wat is de veerbaarheid? In hoeverre rolt het? Zie/voel je een klepje? Is de plaats waar je wilt prikken de meest geschikte of is er proximaal of distaal een nog betere plek?
Desinfecteer met een alcohol swab/gaasje. Ga niet hiermee over de hele arm nutteloos lopen dweilen. 1 veeg van boven naar beneden op de gekozen prikplaats is genoeg. Met heen en weer vegen loop je kans om bacteriën juist te verspreiden.
Stabiliseer en concentreer. Houd de venflon dusdanig vast boven de injectieplaats dat je genoeg steun hebt en de naald gecontroleerd kunt inbrengen. De arm moet ook stabiel liggen. Concentreer je op de exacte plaats waar de naald straks wordt ingebracht. Richt (of zet voorzichtig) de naald hierop onder een hoek van 30-45 graden.
Breng de naald in. Wanneer er bloed in het kamertje van de venflon komt, zit de punt van de naald (maar niet het plastic buisje eromheen) in de vene. Als je nu de buis probeert op te schuiven, voel je veel weerstand en denk je onterecht dat je erdoorheen hebt geprikt en besluit je om oppervlakkiger te prikken. Schuif de venflon dus nog 2-4 mm verder op. Wanneer je dit vaker doet, dan voel je dat je door een weerstand heen prikt: dit is de rand van de buis om de naald die in de vene "plopt".
Houd nu de naald bij het uiteinde vast en schuif de buis in het vat. Sommige mensen willen de naald nog een paar centimeters in het vat schuiven, maar dit geeft kans op beschadiging en doorprikken. Bovendien is dit niet nodig. Zodra het plastic buisje in de vene zit kun je het opschuiven. Bochten in de vene vormen dan ook geen probleem meer (mochten ze er zijn). Probeer de bochten maar eens te nemen met de naald! Het opschuiven kan soms relatief veel weerstand geven ondanks dat je goed zit. Maar je ziet gewoon dat je het buisje verder hebt kunnen opschuiven en hij veert niet meer terug; dan zit je ook goed.
Relaxeer en plak vast. Maak de stuwband los. Plak de venflon vast.
Druk de vene dicht, want je wilt nu de naald helemaal verwijderen. Zet de spuit met kraantje bij de hand en haal de naald eruit en schroef snel het kraantje op de venflon. Dit is een knoeimoment, dus wees snel hierin.
(N.B. Als je bloed moet afnemen bevestig je i.p.v. het kraantje natuurlijk eerst de naaldhouder op de venflon en neem je buisjes af. Wacht in dit geval dan ook nog even met het losmaken van de stuwband totdat het eerste buisje zich begint te vullen)
Spuit door. Met de spuit op de venflon bevestigd trek je het wat op en kijk je of er bloed in het slangetje stroomt. Gebeurt dit wel, dan zit je zeker goed. Gebeurt dit niet, dan kan het zijn dat je vlak achter een klepje zit en je niets kunt opzuigen, alleen opspuiten. Spuit de NaCl op en let op of er een bult ontstaat op de arm. Gebeurt dit wel, dan zit je niet in het vat. Gebeurt dit niet, dan zit je inderdaad vlak achter een klepje (bloed afnemen lukt dan ook vaak niet/moeilijk).

Gevaren
– Flebitis
– Pijnlijke hematomen
– Patiënten met een verlaagd bewustzijn geven een schrikreactie op de prik, hoe vaak en hoe goed je ze ook vooraf informeert. De schrikreactie zorgt er vaak voor dat je mis prikt.

Tips
Tenslotte een aantal tips

  1. Vraag anderen om mee te kijken en tips te geven
  2. Kijk eerst een paar keer met iemand mee. Liefst niet iemand die heel erg ervaren is; als het te snel gaat kun je niet precies alle stappen volgen
  3. Bepaal je eigen methode! Mijn manier verschilt met die van anderen. Zoek naar de manier die voor jou het beste werkt. Laat je niet commanderen door anderen die zeggen dat je het anders moet doen. Vergelijk verschillende manieren en pik aspecten eruit die voor jou goed werken.
  4. Neem de tijd! Haast hebben is funest voor je succespercentage. Dit geldt zeker bij mensen die moeilijk te prikken zijn.
  5. Vertrouw op je eigen gevoel. Prik pas als je denkt dat het gaat lukken. (als je pas bent begonnen met venflons prikken heb je natuurlijk vaak een slecht gevoel; deze tip is dus voor de wat meer gevorderden). Als je bijv. vindt dat het vat te veel kan rollen, dan heb je een goede kans dat je misprikt; doe hier dus wat aan totdat je meer vertrouwen krijgt in de situatie.
  6. Bij moeilijk te prikken mensen (of als je dit verwacht): wanneer ik mij klaar maak om te gaan prikken, trek ik de stuwband altijd extra strak aan. Dit is erg onplezierig voor de patiënt, maar het moet even. Ik trek liever de stuwband hard aan en prik in 1 keer raak dan dat ik het 2 keer moet proberen bij een matig gestuwde arm.
  7. Zet de stuwband altijd iets (10-20cm) boven de injectieplaats. Als je op de handrug gaat prikken heeft het weinig zin om boven de elleboog de stuwband aan te leggen. Ten eerste stuwt het minder goed en duurt het langer totdat de venen op de handrug goed opkomen. Ten tweede heeft de patiënt dan last van zijn hele onderarm terwijl hij alleen last heeft van zijn pols en hand wanneer je de stuwband boven de pols aanlegt.
  8. Ik trek nooit handschoenen aan. Een handschoen houdt een scherpe naald toch niet tegen. Bovendien kan ik er minder goed mee voelen. Als je wondjes op je handen hebt is bescherming natuurlijk wel een goed idee.
  9. Rollende vaten. Als ze op de handrug zitten, dan kun je de pols iets flecteren om ze strak te trekken. Anders kun je ze verankeren door de wijs- en middelvinger (of duim en wijsvinger) te spreiden en boven en onder je prikplaats stevig op het vat te zetten. Spreid de vingers dan nog een beetje om het vat nog wat aan te trekken. Als je aan het vat voelt, dan merk je dat hij nog wel rolt, maar er is wel meer kracht nodig om het te laten rollen. Prik vervolgens zorgvuldig tussen je vingers zonder ze aan te raken met de naald; je moet hiervoor onder een redelijk grote hoek het vat aanprikken. Zodra je bloed ziet in het kamertje van de venflon kun je je 2 vingers weghalen en de naald naar horizontaal kantelen om het op te kunnen schuiven. Schuif het dan nog 2-4 mm op en volg de rest van de stappen. Onthoud dat zodra de naaldpunt in de vene zit, de vene eigenlijk is "verankerd" met de naald en niet meer makkelijk kan wegrollen.
    Sommige mensen kiezen ervoor om bij rollende vaten het vat van de zijkant aan te prikken.
  10. Als je mis prikt, probeer heel even de situatie te corrigeren. Soms prik je door het vat heen. Probeer dan de venflon zeer langzaam terug te trekken totdat het kamertje zich verder begint te vullen. Dan zit je weer in de vene. Concentreer je weer, probeer het vat zo mogelijk te stabiliseren en de venflon alsnog succesvol in te brengen. Doe dit niet eindeloos lang. Op een gegeven moment moet je het opgeven. Hoe langer je doorgaat, hoe erger het wordt, hoe meer pijn de patiënt ervaart en hoe moeilijker het wordt (de steeds groter wordende bult/hematoom bij de vene zou je een vage idee moeten geven dat het genoeg is geweest). Velen lopen alsnog 3 minuten heen en weer te porren in de arm, (bijna) altijd zonder succes. Probeer hier wat laagdrempeliger mee om te gaan en sneller te stoppen.
  11. Probeer zoveel mogelijk rekening te houden met comfort en pijn. Op volgorde van de minste pijn naar de meeste pijn bij het inbrengen heb je: onderarm, pols, handrug. Prik dan niet altijd in de handrug als er ook geschikte venen in de onderarm lopen. Venen in de onderarm rollen tevens minder dan die in de pols en handrug.
  12. Onderschat nooit de vaten van je patiënt. Alleen omdat iemand dikke kabels in zijn arm heeft lopen betekent nog niet dat hij makkelijk te prikken is. Ik betrap mezelf er nog steeds op dat ik bij iemand met dikke kabels soms moeite heb om de venflon in te brengen of simpelweg mis prik.
  13. Geen venen te vinden?
    – Er loopt altijd een vene aan de laterale (=radiale) zijde van de pols. Deze vene rolt wel vaak, dus wees voorbereid.
    – Als je zeker weet dat de patiënt kortdurend opgenomen zal zijn (bijv. niet meer dan 1 dag), bespreek dan of je de venflon in de elleboog mag inbrengen. Dit is erg hinderlijk tijdens bewegen en dus niet geschikt voor patiënten die langdurig opgenomen zullen worden.
    – Als laatste optie kun je kijken of het mogelijk is om in de enkel of voetrug te prikken. Dit is erg pijnlijk! Vraag iemand om de voet vast te houden.
    – Bel de IC of anesthesie.

Dat was het. Mijn werkwijze en tips over de kunst van het venflonneren van patiënten 😀

Be Sociable, Share!

9 thoughts on “Hoe ik venflons heb leren prikken

  1. Heel erg bedankt voor je tips. Ik heb met jouw tips venflons leren prikken en leer het anderen mbv jouw artikel (aangepast naar onze methodiek).

    Enige opmerkingen:
    Om het fijne gevoel terug te krijgen als je met handschoenen prikt kun je meer alcohol gebruiken. Zo wordt de frictie tussen handschoen en de huid van de patient minder waardoor het fijne gevoel terugkomt.

  2. goede omschrijving van hoe je alles doet hierin.
    ik mis alleen een stukje omgang met de patient, mn de patient die angstig is om geprikt te worden.
    ik ben zeer benieuwd naar julie visie daarop.

  3. Nog wat tips:

    -het kan schelen om iets onder de stuwband te doen voor het aantrekken, ik leg hem vaak om de mouw van een patient. Je trekt dan niet het vel tussen de band
    – als je lang gedaan hebt over het prikken omdat je zoals gezegd je tijd moet nemen, neem dan niet direct bloed af, oa je kalium uitslag zal zwaar afwijken van ongestuwd kalium
    -nitrospray maakt dat een vat waar het opgespoten is open gaat staan

  4. Stuwen kan je het beste niet te hard doen, dit werkt averechts.
    De beste manier is om boven de elleboog te stuwen , zodanig dat je de arterie radialis nog kan voelen pulseren. Dit betekend dat er nog voldoende doorstroming is naar de arm. (word de arm ook niet gelijk blauw en minder pijnlijk voor de patient). vaten komen dan mooi op, en (ruw) wrijven wil ook nog wel eens helpen. net als warme lappen, warme bak water.

  5. a) groene venflons zijn nog lang niet de dikste hoor…
    b) Behalve net niet diep genoeg doorschuiven is een andere oorzaak van mislukking vaak dat je het vat met je naald comprimeert bij het prikken zodat je door beide wanden tegelijk heengaat – erin en er meteen weer doorheen en eruit. Je moet alleen in voorwaartse richting duwen en niet naar de arm toe.

  6. @Luuk,

    Bedankt voor je commentaar. Naar mijn ervaring heeft stuwen in de bovenarm juist weinig zin, puur omdat het dikker is en je meer stuwkracht nodig hebt om de venen toch voldoende te comprimeren. Vooral bij zware patiënten. Maar ieder heeft zijn eigen voorkeur 🙂

    Ik ben het zeker me je eens dat je niet meteen heel hoog moet beginnen.

  7. Stuwen op de onderarm is niet erg effectief. Zoals je in je anatomie hebt geleerd lopen er in de onderarm twee botten: de ulna en de radius.
    Daartussen lopen bloedvaten, zogenaamde collaterale vaten. Stuwen op de onderam is dus niet erg effectief (bloed stuwt traag of heel niet) en wel pijnlijk.
    Beter om te stuwen boven de elleboog.
    Nog een tip: prik zuinig, dus begin laag (handrug o.i.d.) Als je hoog prikt (in de elleboog: de “”vena co-assistenta””) en je prikt mis is eigenlijk die hele arm onbruikbaar als je daar een stof wil inspuiten.
    Samengevat: hoog stuwen en laag prikken.
    Luuk

  8. Vergeet de hand niet te laten hangen, betere stuwing.
    Fixeer het vat door met je duim de huid en vat strak te trekken ipv van
    duim en wijsvinger spreiden op hand. Ik heb daardoor nooit ‘rollende’ vaten.
    Tik , tijdens het stuwen prikken, lichtjes op de vaten om ze op te laten komen.
    Laat de patiënt de hand open en sluiten, maar ontspannen laten tijdens het prikken.
    Ik werk op de OK( anesthesie en holding) en heb veel ervaring met prikken.
    Pas op bij de ader aan de pols, er loopt een zenuw vlak bij het vat!

  9. Dank voor de informatie! Ik zit in de opleiding tot verpleegkundige. Nu eindelijk eens een praktische uitleg, en geen strak protocol. (ben persoonlijk niet strak zo van de protocollen, veel verpleegkundigen zijn zeer strak in protocollen, geeft houvast denk ik)

    Eigen ervaring/kennis en inzicht is vaak veel prettiger voor de patiënt.
    nogmaals dan voor de goede info

Leave a Reply