Voortgangstoets – Leidse prestaties blijven achter (?)

Al maanden, zo niet jaren, vraag ik me af hoe geneeskundestudenten in Leiden op de voortgangstoets (VGT) presteren vergeleken met de collega’s in andere universiteiten (Groningen, Maastricht, Nijmegen). Afgelopen week kwam dit onderwerp ter sprake toen ik op de afdeling Immunohematologie & Bloedtransfusie (LUMC, waar ik nu stage loop) van een collega die ook GNK studeert hoorde dat Leiden in vergelijking met andere univs slecht scoort. Dit was aanleiding om eens te gaan Googlen. En hiep-hiep-hoera, ik vond een recente artikel in Medisch Contact waar dit aan bod komt.

N.a.v. bovenstaand artikel wil ik een aantal gedachtes kwijt over de VGT en de opleiding GNK in Leiden; dingen die ik al langere tijd heb willen vertellen. Ik kan in dit artikel niet dé antwoorden geven, maar wel antwoorden waarvan ik vind dat ze kloppen. Om de rest van de tekst te kunnen volgen is het wel handig om het bovenstaande artikel te lezen.

Waarom zo’n toets?
Eigenlijk kan ik me herinneren dat we vanaf het begin (1e jaar, in 2003) 2 verschillende redenen te horen kregen voor waarom we de VGT moeten (ja, het is verplicht) afleggen:
– De VGT vergelijkt het niveau van verschillende univs en zo wordt bijgehouden wie achterloopt en dus waar de kennis bijgespijkerd moet worden.
– VGT is je persoonlijke voortgangsindicator: door steeds VGTs te maken kun je in de gaten houden of en hoe je kennis door de jaren toeneemt.

Ik heb persoonlijk niets aan een score die mij vertelt dat ik steeds meer leer/weet. Ik weet best dat ik elk jaar steeds meer leer en voortbouw bepaalde kennis uit voorgaande jaren. Om dat te bevestigen middels een of ander maatstaf heeft voor mij dus geen nut; dit geldt waarschijnlijk voor andere studenten.
Bovendien, als de dames & heren in de hogere kringen mij m’n voortgang willen laten zien, dan moeten ze me vragen geven die door docenten in het LUMC (=behorend tot het Leidse GNK-curriculum) zijn verzonnen en geen vragen geven die door iemand van een andere faculteit zijn gemaakt. Als je dat laatste doet, dan ben je geïnteresseerd in hoe goed Leiden presteert wanneer wij de vragen krijgen van een ander univ met een andere curriculum…en dit neigt toch meer toe naar het willen vergelijken van het niveau van GNK-studenten uit verschillende faculteiten.
Bovendien, als je mij vragen geeft van docenten aan bijv. de faculteit van Groningen, dan kun je mij achteraf ook niet betrouwbaar zeggen of en zo ja, in hoeverre ik voortgang heb geboekt. Verschillende curricula zijn niet te vergelijken. Dit wordt in het artikel ook in bepaalde vorm door dhr. Wenink aangekaart:

‘De curricula en de onderwijs- en examenregelingen van de vier universitair medisch centra verschillen. De vergelijkbaarheid is daarmee op dit moment ten minste discutabel.’

Wat ik vreemd vind is dat dhr. Wenink zegt dat je hiermee de univs niet onderling kunt vergelijken, maar dat niet tot zover naar voren is gekomen dat je een Leidse student dus ook geen vragen uit Maastricht mag voorschotelen omdat je hiermee niet betrouwbaar de voortgang meet… Misschien maak ik hier een denkfout?
Overigens geldt het bovenstaande voor elke univ. Alle 4 de univs leveren vragen voor de VGT (de namen staan genoteerd in de antwoordsleutel; LUMC levert sinds okt 2006 ook vragen). Bovenstaande situatie geldt dus net zo goed voor een GNK-student uit Nijmegen die vragen krijgt van het LUMC.
Waarom heeft het zin om een norm te stellen aan de toets? Als iemand zegt dat ik (nu 5e jaars) ~50 punten moet halen voor een voldoende – omdat dit de norm is o.b.v. wat mijn jaargenoten scoren – dan zie ik hier niet meteen in waar/hoe je mijn huidige score vergelijkt met mijn score van de vorige keer. Je vergelijkt me met wat m’n jaargenoten (deze keer) hebben gescoord. M’n vorige score speelt geen rol.
Nee, mij krijgt niemand zover om te geloven dat de VGT er voor mij is om mijn voortgang bij te houden. Elke andere reden vind ik geloofwaardiger.

Is Leiden echt slechter?
Volgens het artikel is "de trend zichtbaar in de resultaten van de voortgangstoets van oktober 2006, december 2006, februari 2007 en mei 2007".
Even verderop zegt dhr. Wenink dat je de boel niet kunt vergelijken omdat er nog geen "gedetailleerde vergelijking [heeft] plaatsgevonden met de andere drie universiteiten". Wat ik moeilijk kan opmaken hieruit is of deze gedetailleerde vergelijking moet worden uitgevoerd voor alleen de laatste resultaten, of ook de resultaten van dec 2006 t/m mei 2007. Deze zouden al lang af moeten zijn, dacht ik.
1 ding is wel duidelijk. Wanneer ik dit las:

De faculteit betreurt het dat deze voorbarige resultaten zijn uitgelekt. Ze stelt zichzelf de vraag of aanpassing van het curriculum nodig is

dacht ik bij mezelf JAAAAAAAAAAAAAAHHH!!!
Eindelijk. Jaren lopen studenten (hier en daar; bijv. op Bb) hierover te discussiëren, en nu begint de faculteit zich dit (pas) af te vragen :S
Op de vraag of wij slechter zijn dan de rest kan ik makkelijk antwoord geven (zie mijn "gedachte" 2-3 regels hierboven).

Life here…
Hoe gebeurt het hier allemaal? Wat is de houding van studenten, hoe zien onze tentamens eruit en wat zijn de resultaten hiervan? Heeft dit effect op onze prestaties?

Om te beginnen zijn studenten hier erg passief geworden. Zonder de antwoorden op de Zelfstudieopdrachten kunnen ze geen tentamen leren. Zelfs antwoorden op opdrachten die in de werkgroepen besproken zijn wil men alsnog hebben. Alles moet op Blackboard. Na lang gezeur halen ze de docenten uiteindelijk wel over om dit alles te doen. Dit leidt weer ertoe dat studenten in de watten worden gelegd en meer verwachten van de docenten. Nu weet ik niet hoe dit er op andere univs aan toe gaat, maar dit lijkt me redelijk ernstig.

De tentamens zijn ook een verhaal apart. Over het algemeen kun je spreken over 2 soorten vragen: kennisvragen en vragen waar alleen de docent het antwoord op weet. Dat laatste zijn van die hele specialistische vragen waar meerdere antwoorden goed zijn. En dan is het net de vraag in welke context de docent de vraag heeft verzonnen en welke kant hij/zij op denkt. Het zal best zijn dat een andere docent daar een ander antwoord op geeft.
Nee, de tentamens sluiten vaak niet aan op de leerstof. Vaak kreeg ik het idee dat ik een ander tentamen heb zitten maken dan dat van m’n blok. Of ik heb het gevoel dat het blok werd gegeven door Dr. Appel en dat de tentamenvragen zijn verzonnen door Dr. Peer.
Regelmatig worden tentamens slecht gemaakt, en wonder boven wonder haalt tóch 2/3 van de studenten een voldoende. De normering wordt hier aangepast zodat men toch nog een bepaalde percentage aan geslaagden bereikt, althans dit is het idee dat onder studenten heerst; zelfs zij geloven niet meer dat ze het "eerlijk" hebben gehaald.

Vergelijk Leidse GNK-studenten met Garfield
Het toepassen van kennis komt weinig aan bod. Onze hersenen zijn alleen nog maar een opslagplaats voor informatie. Informatieverwerking vindt er niet plaats.
Intelligentie wordt niet getoetst. Misschien dat men denkt dat we dit niet nodig zullen hebben, aangezien artsen altijd in richtlijnen moeten denken. Dit helpt weer om de student passiever te maken. Ik zie het al voor me: als iets niet in de richtlijn staat, dan breekt de paniek uit!
Niet denken dat richtlijnen gebaseerd zijn op bepaalde gegevens uit onderzoek, maar gewoon de informatie in je kop stampen – da’s onze motto. Snel stampen voor je tentamen; filosoferen over het hoe en waarom komt later wel (maar niet heus).
Ik krijg het idee dat studenten hier niet bij stilstaan dat je met je kennis over een paar jaar, netjes gezegd, mensenlevens zal beïnvloeden door ze bijv. pillen voor te schrijven.

En als studenten onderling in discussie zijn over het gebrek aan kennis (of iemand wijst ze erop), dan beginnen al snel sommige zich defensief op te stellen. Ze zeggen dat kennis niet het enige is wat je moet hebben als dokter en dat communicatieve vaardigheden (of attitude) belangrijk zijn. Dus als ik maar goed kan communiceren zal ik een goede dokter worden. Ze doen het overkomen alsof je kennis niet nodig hebt of dat communicatie belangrijker is en leiden de aandacht zo af. Ten onrechte. Kennis en communicatie zijn even belangrijk. En het zijn 2 compleet verschillende dingen. Je kunt ze daarom niet met elkaar vergelijken (hallo!! Dat ken ik ergens van!). Als je ooit een GNK student hierop betrapt, moet je hem/haar goed in de oren laten knijpen dat het om 2 verschillende, even belangrijke dingen gaat. Een gat in je kennis is niet op te vullen door je communicatieve vaardigheden en vice versa.

De motivatie
Mogelijk zijn studenten ook ongemotiveerd om de VGT te maken of er is te weinig animo voor, zoals te lezen in het artikel. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Zie mijn mening hierboven over het nut van de VGT. 2 Zinnen aan het eind vind ik nog interessant:

[1] De faculteit had al langere tijd met zorg geconstateerd dat de Leidse studenten slechter scoorden op de interfacultaire voortgangstoets. [2] Het veranderen van de vraagvorm van de toets gaf geen verbetering van de eindscore.

Ad [1]: Oh, dus men wist al lang dat we slechter zijn? Vraag ik me af waarom er dan nog een "gedetailleerde vergelijking" moet komen. Verder vind ik het vreemd dat de faculteit dan nu pas "zichzelf de vraag [stelt] of aanpassing van het curriculum nodig is".
Ad [2]: Joh!?!

Wat overblijft…
Maar na dit alles gezegd te hebben, weet ik nog steeds niet hoe de verschillende universiteiten op de VGT scoren – iets waar ik al vanaf het begin naar op zoek was. Ik wil de data nl. ook met m’n eigen ogen zien. Met Googlen heb ik het niet kunnen vinden, dus grote kans dat de resultaten niet op het net zijn gepubliceerd. (Toch niet met de verkeerde zoekwoorden gezocht?)
Is het misschien een idee om ze te publiceren? Als meer mensen/instanties erachterkomen dat wij slecht presteren, zal wat meer druk ontstaan om de opleiding te verbeteren. Misschien komen we dan ook verder dan alleen het onszelf de vraag stellen of het curriculum moet worden aangepast.
Verder ben ik op zich wel benieuwd naar de resultaten van de gedetailleerde vergelijking.
Wat ook nog overblijft is de score van m’n toets. Blijkbaar zijn de resultaten sinds 5 oktober bekend (de toets was op 19 sept). Zoals altijd duurt het ontzettend lang voor je a.d.h.v. je score kan beslissen of je de volgende toets wel of niet gaat maken.

Misschien is het wel leuk om het af te sluiten met een vraag uit deze laatste VGT. Test je eigen kennis! Het is een VGT-vraag die je zo onder het kopje VGT-blunders (ja, er zijn er meer als deze) kunt plaatsen:

161. Van een ouderpaar heeft de vrouw een X-gebonden recessieve afwijking en is de man genotypisch normaal. De kans dat hun zonen fenotypisch normaal zijn wat deze afwijking betreft, is:
A. 25%;
B. 50%;
C. 75%;
D. 100%.

Ja, lekker puzzelen. M’n stagebegeleider keek even verward toen ik hem de vraag liet zien 😉

Update: artikel van Manon Gosselink hierover.

Be Sociable, Share!

One thought on “Voortgangstoets – Leidse prestaties blijven achter (?)

Leave a Reply